Niemand is in essentie slecht, dat geloof ik. Als we allemaal uit dezelfde bron voortkomen, wat volgens mij zo is, dan kan dat ook niet. In essentie zijn we één. We komen allemaal voort uit datzelfde licht, die liefde, het leven (of hoe je het ook wilt noemen). Die kracht die bomen doet groeien en kinderen geboren laat worden. Die kracht hebben we allemaal in ons, en dat is waaruit we in essentie bestaan.
De uitspraak dat niemand slecht is stuit op weerstand denk ik, want ik weet dat er heel veel donker is op deze aarde. Mensen zijn in staat tot verschrikkelijke dingen, al betekent dat niet dat ze dan inherent slecht ‘zijn’.
Het kwaad is anders dan het donker volgens mij. Kwaad of slecht is een interpretatie van het donker. Het is het labelen van iets of iemand zodat we ons veilig voelen. Zij zijn slecht, wij zijn goed. Het ligt aan hen, niet aan mij. Maar als we uitzoemen, heel ver uitzoemen, dan bestaat er geen zij en wij. Dan zijn we allemaal één en dat betekent dat het donker dan net zo goed onderdeel van ons is.
Wat is het donker dan? Volgens mij een afwezigheid van licht, een schaduw bijvoorbeeld. We zijn allemaal ook donker, omdat we op fysiek niveau ook afgescheiden zijn van het geheel. Daarom kunnen we onszelf als persoon ervaren en bestaat er diversiteit op aarde. Als licht wordt onderbroken dan ontstaat een regenboog. Het geheel valt uiteen in allemaal deeltjes, in een oneindig pallet van kleuren. Dat is op grotere schaal ook wat wij zijn, een zo’n deeltje van het geheel, althans, onze persoon, maar in essentie zijn we het licht. Dus we zijn zowel afgescheiden (met onze persoon), als verbonden (met onze essentie). Door de afgescheidenheid, de afwezigheid van licht, kunnen we hier op aarde een oneindige diversiteit aan kleuren en creaties ervaren. Dat hebben we dus te danken aan het donker. (Uiteindelijk kunnen we daardoor ook onze eigen essentie ervaren, want alleen vanuit afgescheidenheid kan dat, als er alleen maar licht en liefde is, dan is er geen contrast en zien we onszelf niet.)
Het donker is niet slecht, het donker is nodig. De nacht die ons rust geeft zodat we overdag weer energie hebben. De donkere baarmoeder die een kind geboren laat worden. De dood, wat eigenlijk alleen maar een fase in een cyclus is, waarna weer opnieuw iets geboren kan worden. Beëindigen zodat weer ruimte ontstaat om opnieuw te beginnen.
We mogen het donker weer gaan erkennen in onze samenleving. Het weer op waarde schatten en haar bedanken voor alles wat we hier op aarde mogen ervaren. Het donker wat als van ouds als het vrouwelijke bestempeld wordt. De vrouwelijke nacht, de mannelijke zon. De vrouwelijke winter waarin alles tot rust mag komen en de mannelijke zomer waarin alles vol in bloei staat. Het vrouwelijke is ook het mysterie, het is het onbekende, het onverklaarbare, wat spannend kan zijn, maar oh zo magisch. Het is het wonder van leven op aarde.
Het donker waarderen dus, en toch lijken sommige dingen zo verschrikkelijk te zijn dat het onvermijdelijk is om ze als kwaad te bestempelen. Misschien wel, al gaat het dan om de ‘daad’ en niet om de persoon zelf. Hoe kan iemand namelijk in staat zijn om verschrikkelijke dingen te doen? Dan moet diegene wel beschadigd of getraumatiseerd zijn, aangezien we in essentie liefde en licht zijn. Op kleine schaal kunnen we dat meestal nog wel begrijpen. Een kind dat gepest wordt en ook gaat pesten bijvoorbeeld. Want wat gebeurt daar echt? Waarom doet hij dat? Niet omdat hij de ander echt haat, maar omdat hij gekwetst is. Wat hij eigenlijk zou willen is dat de ander hem liefheeft, erkend tenminste.
Wat op kleine schaal gebeurt, gebeurt ook op grotere schaal. Tussen bevolkingsgroepen, landen, organisaties en met steeds geavanceerdere technieken en grotere trauma’s. En nog steeds betekent dat niet dat we inherent slecht zijn. Elke handeling die niet voortkomt uit liefde is een schreeuw om liefde volgens mij, hoe verschrikkelijk en verkapt ook. Ik las eens dat in sommige natuurvolken iemand in een cirkel moet staan en voor diegene gezongen wordt als hij iets ‘slechts’ heeft gedaan, zodat hij zijn verbinding met het licht weer terug kan vinden.
Zodra het donker groter wordt, zwaarder, spannender, dan wordt het lastig. Echt donker, het allerslechtste van het slechtste, daar kijken we het liefst van weg. In onszelf, maar ook in de maatschappij, terwijl het enige wat het wil, erkenning is. Het wil gezien worden, geliefd worden zelfs. Hoe ‘slechter’ hoe meer liefde nodig is, en liefde is de enige manier om het te genezen.
Het is verleidelijk om het donker te ontkennen, om ervan weg te kijken, want daarmee lijken we er vanaf te komen. Vanuit het ego gezien lijkt dat zo, vanuit afgescheidenheid, maar als we beseffen dat we allemaal één zijn, dan weten we dat we het daarmee niet oplossen maar juist meer macht geven. Ook in ons eigen lichaam werkt dat zo. Als we ziekte onderdrukken met medicatie dan blijft het ons leven beïnvloeden en geven we het niet de mogelijkheid om te genezen en te transformeren.
Onze angst voor het kwaad geeft het macht en bestaansrecht. Het is het gebrek aan vertrouwen in ons eigen licht dat het kwaad in stand houdt. Liefde en licht zijn namelijk altijd sterker. Maar bij diepgeworteld trauma is heel veel liefde nodig, heel veel compassie. Aanwezig durven blijven in het allerdonkerste van het donkerste, het pijnlijkste van het pijnlijkste. Dat is het enige wat nodig is voor transformatie. Tegelijkertijd kan dat voelen als heel veel. We moeten dan namelijk heel erg vertrouwen op ons eigen licht, want zodra we dat vertrouwen verliezen, geven we het donker de macht. Als we weten dat we licht ‘zijn’, dan kan het donker geen macht meer over ons hebben, omdat het simpelweg niet meer donker is als we ons licht schijnen.
