Weer voel ik die hopeloosheid. Wat kom ik doen? Welke stappen heb ik te zetten? Waar kan ik op vertrouwen? Ik ben hier toch met een reden? Ik heb geen zin meer om maar weer wat te proberen, mezelf op te peppen en gerust te stellen. ‘Je houdt toch van het leven?’ Ja, op andere momenten wel, maar nu voel ik het niet. Ik voel me hopeloos, ik wil opgeven, ik heb geen zin meer om me groot te houden en m’n best te doen.
Ik verblijf in een lodge een stuk buiten St. Catherine, een dorpje in de woestijn in Egypte. Een heilige plaats, waar de Mozesberg zich bevindt. Een ruig, naakt, rots- en bergachtig landschap. Naast Veronica, die hier ook alleen rondreist, zijn er geen andere toeristen in de lodge en de eigenaar is op pad. Daar zitten we dan, midden in de woestijn, geen internet, geen plannen en het is helemaal stil. Ik realiseer me dat ik best wel bang ben voor de stilte. Bang voor het onbekende, bang voor vervelen, bang voor het niet weten. Bang om te erkennen dat ik me eigenlijk best wel hopeloos voel.
Na een goede nachtrust in de buitenlucht, onder de sterrenhemel, wordt ik met een ander gevoel wakker. Ik voel me meer ontspannen en verwonder me over deze plek. Nu maak ik me niet druk. Iets later voel ik de behoefte om te schrijven. Terwijl ik naar de reusachtige rotsformaties tuur bedenk ik me: ‘Ik weet gewoon niet hoe het leven werkt.’ ‘Ik weet niet wat ik te volgen heb en dat maakt me zo moedeloos.’ Dan begin ik met opschrijven wat ik wel weet.
Ik weet dat ik geen afgescheiden individu ben en dat allerlei omstandigheden, gebeurtennissen en personen invloed hebben op mijn leven. Ik weet dat er een grote kracht is waardoor gebeurtenissen plaatsvinden die ik nooit kan voorzien, dus kan ik met mijn verstand nooit bedenken hoe dingen lopen. Ook weet ik dat er zoiets als ‘in’tuïtie bestaat, een innerlijke leiding waarbij ik gewoon ‘weet’ wat ik te doen heb. Dan heb ik het niet ‘bedacht’ en hoef ik ook nergens tussen te kiezen. Dan doe ik iets, of juist niets, omdat het juist voelt, zelfs als het spannend is. Die intuïtie klopt altijd maar is niet altijd logisch en dat vindt mijn hoofd spannend. Nog spannender vind ik het dat er niet altijd intuïtie is om iets te ‘doen’ en dat het enige wat ik dan kan doen is vertrouwen en geduld hebben.
Soms is er ook het het niet weten, het laten ontstaan, net als een kind in de baarmoeder. Op zo’n moment heb ik de neiging om alles weer in twijfel te trekken. ‘Ik heb toch wel iets beters te doen dan hier in de woestijn zitten?’ ‘Is dit niet zonde van m’n tijd?’ En alsof die twijfel van mezelf nog niet genoeg is, ervaar ik dat ook anderen intuïtie in twijfel trekken. Toch is dit wel wat ik wil volgen en waar ik steeds steviger in wil staan. Ik geloof namelijk dat mijn intuïtie de weg wijst en verbonden is met het grotere geheel. Ze kan daarom informatie geven die mijn hoofd niet begrijpen kan.
Eigenlijk is het best logisch dat er niet altijd inspiratie is om iets te ‘doen.’ Het zou veel te veel zijn om altijd maar bezig te zijn, te creëren en te werken. Gewoon ontspannen, leuke dingen doen, ontdekken, verwonderen, me laten verrassen, daar zou dan geen tijd meer voor zijn. Alles heeft een ritme: zomer, herfst, winter, lente. We worden geboren, zijn kind, volwassen en overlijden. Een bloem ontkiemt, wortelt, bloeit en verwelkt. Alles heeft een vrouwelijk en mannelijk aspect. Eenheid, geduld en vertrouwen. Richting, actie, en weten.
Voor creatie is het vrouwelijke aspect net zo nodig als het mannelijke aspect. Zonder stilte wordt de inspiratie niet gehoord en zonder geduld kan ze zich niet ontvouwen. In onze ‘rationele’ samenleving waarbij we zo gewend zijn om doelen te stellen, te controleren en te handelen, dienen we de vrouwelijke eigenschappen weer op waarde te schatten. We moeten opnieuw leren wat de waarde is van stilte, geduld en vertrouwen. Weer beseffen dat we geleid worden en onderdeel zijn van een veel groter geheel, dat we verbonden zijn met alles om ons heen.
Ik merk dat ook ik het lastig vind om deze vrouwelijke kwaliteiten te belichamen. Ik wil nuttig zijn, doelen stellen en weten waar ik aan toe ben. Tegelijkertijd weet ik dat de vrouwelijke kwaliteiten nodig zijn. Dat het oké is om niet te weten, geduld te hebben en te vertrouwen. Sterker nog, dat dit een noodzakelijk onderdeel is van een creatieproces, en van het leven. Dus dat ga ik mezelf blijven herinneren als ik het vertrouwen weer even verloren ben. Op dit moment lukt me dat en zit ik hier opeens met een heel ander gevoel. Nu verwonder me over deze bijzondere plek, de magie van het leven en luister ik naar het geluid van de stilte.
